Stapelgekte

In 1431 mishandelden burgers van Antwerpen en Brussel diverse inwoners van het nabijgelegen Mechelen. Een zekere Claus de Hont werd geschoten door de kraag van zijn pantser, vijf duimen diep, Ewout de Proest werd getroffen in zijn arm, Hendrik Bloc in zijn knie; op kosten van de stad Mechelen werden zij opgelapt voor respectievelijk zes, zeven en drie Rijnse guldens. Iets meer aandacht in de overgeleverde doktersrekening* krijgen de kwetsuren van Aart de Slootmaker die werd “gescoten achter in sijn lendenen toet door sijn blase”. Hij behoefde meer zorg, want “dat yser bleef in den buuc toet op den derden dach”. Zeventien dagen en nachten lang onderzocht de anonieme dokter al wat er aan “drec ende onrine door de wonde uutquam”. En kennelijk met succes, want de genezing werd getaxeerd op tien Rijnse guldens.

Hoe heeft dit zo ver kunnen komen en waarom gingen de inwoners van Antwerpen, Brussel en Mechelen met elkaar op de vuist en stonden ze elkaar zelfs naar het leven? Het was allemaal deel van de strijd om stapelrechten tussen diverse Brabantse steden en Mechelen die gedurende de hele late middeleeuwen voortsleepte. In de dertiende eeuw was Mechelen nog een Luikse enclave in het hertogdom. Aangezien de economische belangen van Mechelen in Brabant lagen, en niet in het verre prinsbisdom, probeerden de Berthouts, plaatselijke grootgrondbezitters en medeheren van Mechelen, hun heerlijkheid aan het Luikse gezag te onttrekken. De Brabantse hertogen van hun kant hadden grote interesse in Mechelen vanwege haar strategische ligging en economische bloei, en probeerden de stad op uitgekookte manieren binnen hun invloedssfeer te krijgen. Ze deden dit vooral door de Mechelaars economische rechten toe te zeggen, die ten koste gingen van die van hun eigen Brabantse onderdanen.

Mechelen-Antwerpen-Brussel-Luik

Brabant in “Descrittione di M. Lodovico Guicciardini patritio Fiorentino, di tutti i paesi bassi, altrimenti detti Germania inferiore” 1567. Geel: Antwerpen en Brussel; rood: Mechelen en Luik.

Hun maatregelen betroffen met name de uitbreiding van Mechelse stapelrechten. Kreeg een stad een stapelrecht voor een bepaald product, dan mocht de stad dat gedurende een bepaalde periode op de eigen stapelmarkt verkopen, voordat het in de omliggende regio mocht worden verdeeld, verkocht of over een waterweg vervoerd. Dit kon niet alleen buitengewoon lucratief zijn, maar was in veel gevallen ook een cruciaal recht dat de stabiliteit van de stedelijke economie waarborgde. Er stond dus bij de toekenning van stapelrechten voor de betrokkenen nogal wat op het spel. De twisten om de stapels van vis, zout en haver tussen Mechelen en een aantal andere Brabantse steden, Antwerpen op kop, laaide hoog op en woedde meer dan driehonderd jaar, terwijl hij niet alleen met de pen en in de rechtszaal, maar te vuur en te zwaard werd uitgevochten.

De kiem van de Mechels-Antwerpse stapelkwestie werd gelegd in de jaren 1230, toen de Brabantse hertogen langzaam maar zeker steeds meer gunsten begonnen te verlenen aan de Mechelaars, die de Antwerpenaren ervoeren als een inbreuk op hun stapelrechten. Zo tekende de Brabantse hertog Hendrik II in 1238 een overeenkomst met Wouter V Berthout dat vissersboten met een lading bestemd voor Mechelen vrije doorgang op de Schelde kregen. Zijn snedige argumentatie luidde dat het Antwerpse stapelrecht in principe een Brabants recht was, en dus door de uitzonderingspositie van Mechelen niet geschaad werd. Maar toen Mechelen in 1255 aan de Brabantse hertog Hendrik III werd verpand, zag die zijn kans schoon en bevestigde de overeenkomst van 1238, en breidde hem zelfs uit: niet langer hoefden schepen met in Zeeland gekochte goederen langs Antwerpen te passeren om op Mechelen te varen.

De Antwerpenaars zagen de enorme risico’s voor de stabiliteit van hun economie, en gingen in de tegenaanval. Bij gebrek aan geschreven documenten die hun rechten konden bewijzen, deden de Antwerpse schepenen een beroep op getuigenverklaringen van de belangrijkste handelspartners van de stad. Die gaven aan deze dringende oproep meteen gehoor. Binnen enkele weken bevestigden de belangrijkste Brabantse steden en handelspartner Zierikzee het bestaan van de Antwerpse stapelrechten. Omdat in 1260 de Luikse bisschop, tegen alle verwachting in, zijn schulden af kon lossen, raakte de Brabantse hertog Mechelen weer kwijt, en werd niet duidelijk of de Antwerpse claim op het stapelrecht het zou hebben gehaald.

vismarkt
François Antoine Bossuet, “De oude vismarkt in Antwerpen”, 1833. Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (inv. nr. 1005)

Gedurende de veertiende eeuw sleepte het conflict met wisselende intensiteit voort, maar men slaagde er niet in tot een bevredigende oplossing te komen. Integendeel. Bijna tweehonderd jaar na de eerste stapeltwisten, ondernam de Bourgondische hertog Filips de Goede, vanaf 1430 heer van zowel Mechelen als Brabant, verwoede pogingen het conflict voor eens en voor altijd op te lossen. In navolging van de decennialange pogingen van zijn voorgangers, installeerde ook Filips op 14 januari 1432 een onderzoekscommissie die twee zaken moest onderzoeken: de legitimiteit van het Mechelse stapelrecht en de rechtsgeldigheid van de ketting die de Mechelaars over de rivier de Zenne hadden gespannen om hun stapelrecht te beschermen tegen schippers die op Brussel voeren. Vanwege de ingewikkeldheid van de kwestie werden de gestelde deadlines door de onderzoekscommissie keer op keer overschreden, en ondertussen namen de spanningen tussen Antwerpen en Brussel enerzijds en Mechelen anderzijds hand over hand toe.

Vanwege de uitzichtloze situatie installeerde Filips in 1433 een nieuwe commissie, die nog maar eens alle aanklachten en verdedigingen van de betrokken partijen moest noteren, om uiteindelijk dan toch tot een oplossing te komen. Achteraf werd deze zaak betiteld als het Groot Stedenproces van 1433-1434, een bureaucratisch monster van Kafkaëske proporties: het bestond uit drie afzonderlijke maar gelijktijdig gevoerde rechtszaken (Mechelen vs. Brussel, Mechelen vs. Antwerpen, Brussel en Antwerpen vs. Mechelen) over de stapelrechten, de bevaarbaarheid van de Schelde, de lastercampagne die de stedelijke overheden van Antwerpen en Brussel tegen Mechelen voerden, vele gewapende conflicten, en onrechtmatig opgelegde wederzijdse verbanningen.

gekwetst
Detail uit de doktersrekening*

De strijd om stapelrechten raakte zo verhit, dat het niet bij verbale razernij bleef. Het is tekenend voor de grote belangen die op het spel stonden, niet alleen voor de steden maar ook voor de individuele burgers.  In de aanloop naar het Groot Stedenproces liep de zaak volkomen uit de hand. Naast de genoemde incidenten uit de doktersrekening van 1431, betaald door Mechelen, blijkt dat Jan Adelien Hendriksz er het slechtst vanaf kwam. De “waerheit vander questsuren” die hij ontving luidde als volgt. Een schot gelost met een windasboog trof hem door zijn borst tot in de rug. Maar de pijl was vergiftigd met “donderbus crude, dat vreeselijc binnen der wonden ontstac daer amexteliker groote stanc af quam”. Hierdoor was de wond maar zeer moeilijk te genezen, wat de dokter met zoveel woorden probeerde te staven door te vermelden dat hij zeer gesofisticeerde middelen had gebruikt en grote inspanningen had opgebracht. Deze nadruk op waarheid en bewijs laat zien dat de dokter kennelijk zelf vond dat hij een behoorlijk medisch hoogstandje geleverd had. Inderdaad was Jan Adelien Hendriksz. binnen vierendertig weken genezen, zonder dat hij daar ook maar iets aan overhield. Enigszins verongelijkt vermeldt de dokter in zijn rekening dat hij een loon kreeg toebedeeld van “slechts” 80 Rijnse guldens, “daer ic mi grotelijc af beclaghe”.

Zo was er toch nog iemand die wat verdiende aan de onderlinge verdeeldheid tussen de burgers van Mechelen, Antwerpen en Brussel die streden om het behoud van rechten die hun economische voorspoed moesten garanderen. Bleven de fysieke ongemakken van het hedendaagse juridisch-economische dispuut over bijvoorbeeld de Brexit voorlopig beperkt tot op taaie dossiers stukgebeten tanden, de middeleeuwse Brabanders en Mechelaars moesten in hun eeuwenlange strijd om rechten op economisch welvaren hun eigen huid duur verkopen.

*Bewaard in het Stadsarchief Mechelen: inventaris P.-J. Van Doren, Inventaire des archives de la ville de Malines. (8 vols., 1859-94), deel VI, nr. 216.

Verder lezen:

  1. R. van Uytven, De geschiedenis van Mechelen: van heerlijkheid tot stadsgewest (Tielt: Lamnoo, 1991).
  2. M. de Laet, ‘Mechelen versus Antwerpen – De strijd om het bezit en het behoud van de stapels voor vis, zout en haver (1233-1467)’, in: Handelingen van de Koninklijken Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen, 90, 1986, pp. 57-89.

Een reactie op “Stapelgekte

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s